Meer content
Sepsis, een onbekend gevaar
verpleegkundige Wit-Gele Kruisafdeling Herentals
Marjan De Smet
patiënte
Kathleen De Smet

Spierpijn, koorts … Je schrijft het snel weg als griepsymptomen. Ook Kathleen was zich van geen kwaad bewust toen ze twee jaar geleden bij de huisarts zat met deze symptomen. Toen ze de dag nadien heel hevige pijn in de onderbuik kreeg, sloeg haar zus Marjan alarm.

Kathleen: De avond voor ik opgenomen werd in het ziekenhuis, deden mijn spieren pijn en had ik koorts. De huisarts dacht aan een simpel griepje. ’s Nachts begon ik extreem te rillen en werd ik misselijk. Ik stuurde de ochtend nadien een berichtje naar mijn zus, thuisverpleegkundige bij de Wit-Gele Kruisafdeling Herentals: “Ik heb net niet in mijn broek geplast van het daveren”. Ondanks dat ik pijnstillers nam, had ik hoge koorts.

Marjan: Ik herinner me nog dat Kathleen me liet weten dat ze zich nog nooit zo ziek had gevoeld. De dag nadien kreeg ze heel hevige pijn in haar onderbuik en kon ze niet meer plassen.

Kathleen: Mijn huisarts had die dag geen tijd meer om me te zien. Mijn symptomen wezen op een blaasontsteking, dus ik kreeg de vraag om een urinestaal binnen te brengen. Omdat ik intussen moeilijk op mijn benen kon staan, heb ik Marjan gevraagd om het staaltje op te halen en binnen te brengen.

Toen ik toekwam, zag ik meteen dat het ernstig was. Ik ben het staal gaan afzetten bij het labo en reed daarna meteen terug naar Kathleen om met haar naar de huisarts van wacht te gaan.
Van huisarts naar spoed

Marjan: Toen ik toekwam, zag ik meteen dat het ernstig was. Ik ben het staal gaan afzetten bij het labo en reed daarna meteen terug naar Kathleen om met haar naar de huisarts van wacht te gaan. Achteraf denk ik: waar was ik mee bezig? Ik had meteen naar spoed moeten rijden met haar … Maar ik had niet door dat het zo ernstig was. Ook de huisarts van wacht dacht niet aan sepsis.

Kathleen: Van het bezoek aan de huisarts van wacht herinner ik me niet veel. Enkel dat ik op de bank lag, stappen lukte me niet meer. En de extreme pijn, die blijft me ook bij. 

Marjan: Toen we richting de spoedafdeling vertrokken, zag ik dat Kathleens lippen en vingers blauw werden.

Kathleen: Mijn hartslag was hoog en mijn bloeddruk laag. Toch dacht niemand aan sepsis, tot we in het ziekenhuis bij een goede spoedarts terechtkwamen.

Kathleen: In het ziekenhuis werd een bloedonderzoek gedaan. Al snel volgde de zware diagnose: een septische shock met multi-orgaanfalen. Mijn lever, nieren, hersenen en hart waren het aan het begeven. Mijn nieren waren er het ergst aan toe. Ik zat bijna op het punt dat ik levenslang aan de dialyse zou moeten gaan.

Marjan: Er werd medicatie opgestart en vocht toegediend. Daarna werd Kathleen met de MUG naar een ander ziekenhuis overgeplaatst. Tijd om vragen te stellen was er niet. De spoedarts vertelde me dat ze meteen moesten vertrekken. Kathleens leven hing aan een zijden draadje …

Kathleen: Ik lag zes weken in het ziekenhuis, waarvan drie op intensieve zorgen. Een arts die me moed insprak, een verpleegkundige die mijn haar waste … Dat zijn de dingen die me zijn bijgebleven.

Ziekenhuisopname

Marjan: Ik heb er nog steeds spijt van dat ik niet zag dat het om sepsis ging. Ik ben al twintig jaar verpleegkundige, maar herkende de symptomen niet. 

Kathleen: Ook de huisarts dacht niet aan een septische shock. Sepsis is nog altijd onvoldoende gekend, ook bij medisch personeel. De kwaliteit van je leven achteraf wordt bepaald door hoe snel de diagnose gesteld wordt. Enkele minuten kunnen al een verschil maken.

Marjan: Aan zorgverleners zou ik willen zeggen: vertrouw op je gevoel. Je ontwikkelt een sterk ‘niet-pluisgevoel’. Heb je het idee dat er iets aan de hand is, ga er dan mee aan de slag. Bij sepsis kan snel ingrijpen het verschil maken.

Maak het verschil

Kathleen: Enkele maanden geleden kwam het besef dat ik waarschijnlijk nooit meer de oude zal worden. Met die aanvaarding heb ik het heel moeilijk gehad. Ik dacht ook dat mijn omgeving me beoordeelde op wat ik kon voor ik ziek werd. Maar ondanks dat ik niet meer kan sporten en niet elke uitstap mee kan doen, blijven mensen me wel steunen. Ik blijf wie ik ben. De ene dag is de andere niet, maar dat begin ik nu steeds meer in te zien. 

Een leven voor en na

Kathleen: De euforie dat je het hebt overleefd, maakt plaats voor de zwaarte van elke dag om te gaan met de gevolgen. Ik kamp met geheugenproblemen en ben snel en heel intens vermoeid. Mijn werk als leerkracht in de lagere school kreeg een andere invulling. Ook op sociaal vlak brengt dat veranderingen met zich mee. Plan ik een toffe avond met vrienden? Dan moet ik nadien ook tijd incalculeren om te bekomen.

Marjan: Kathleen heeft een heel goede huisarts bij wie ze terechtkan met vragen of bezorgdheden. Ze wordt serieus genomen.

Kathleen: Ik krijg ook tweewekelijks een infuus in de verpleegpost van het Wit-Gele Kruis. De laatste weken merk ik dat ik weer wat meer energie heb. Wie weet is verder herstel toch nog mogelijk? Je wilt altijd terug naar wie je was en wat je kon voor je ziek werd … 

Het herstel

Marjan: Ik heb er nog steeds spijt van dat ik niet zag dat het om sepsis ging. Ik ben al twintig jaar verpleegkundige, maar herkende de symptomen niet. 

Kathleen: Ook de huisarts dacht niet aan een septische shock. Sepsis is nog altijd onvoldoende gekend, ook bij medisch personeel. De kwaliteit van je leven achteraf wordt bepaald door hoe snel de diagnose gesteld wordt. Enkele minuten kunnen al een verschil maken.

Marjan: Aan zorgverleners zou ik willen zeggen: vertrouw op je gevoel. Je ontwikkelt een sterk ‘niet-pluisgevoel’. Heb je het idee dat er iets aan de hand is, ga er dan mee aan de slag. Bij sepsis kan snel ingrijpen het verschil maken.

Maak het verschil

Kathleen: Enkele maanden geleden kwam het besef dat ik waarschijnlijk nooit meer de oude zal worden. Met die aanvaarding heb ik het heel moeilijk gehad. Ik dacht ook dat mijn omgeving me beoordeelde op wat ik kon voor ik ziek werd. Maar ondanks dat ik niet meer kan sporten en niet elke uitstap mee kan doen, blijven mensen me wel steunen. Ik blijf wie ik ben. De ene dag is de andere niet, maar dat begin ik nu steeds meer in te zien. 

Een leven voor en na
Meer content
patiënte
Kathleen De Smet
verpleegkundige Wit-Gele Kruisafdeling Herentals
Marjan De Smet
Sepsis, een onbekend gevaar

Spierpijn, koorts … Je schrijft het snel weg als griepsymptomen. Ook Kathleen was zich van geen kwaad bewust toen ze twee jaar geleden bij de huisarts zat met deze symptomen. Toen ze de dag nadien heel hevige pijn in de onderbuik kreeg, sloeg haar zus Marjan alarm.

Kathleen: De avond voor ik opgenomen werd in het ziekenhuis, deden mijn spieren pijn en had ik koorts. De huisarts dacht aan een simpel griepje. ’s Nachts begon ik extreem te rillen en werd ik misselijk. Ik stuurde de ochtend nadien een berichtje naar mijn zus, thuisverpleegkundige bij de Wit-Gele Kruisafdeling Herentals: “Ik heb net niet in mijn broek geplast van het daveren”. Ondanks dat ik pijnstillers nam, had ik hoge koorts.

Marjan: Ik herinner me nog dat Kathleen me liet weten dat ze zich nog nooit zo ziek had gevoeld. De dag nadien kreeg ze heel hevige pijn in haar onderbuik en kon ze niet meer plassen.

Kathleen: Mijn huisarts had die dag geen tijd meer om me te zien. Mijn symptomen wezen op een blaasontsteking, dus ik kreeg de vraag om een urinestaal binnen te brengen. Omdat ik intussen moeilijk op mijn benen kon staan, heb ik Marjan gevraagd om het staaltje op te halen en binnen te brengen.

Toen ik toekwam, zag ik meteen dat het ernstig was. Ik ben het staal gaan afzetten bij het labo en reed daarna meteen terug naar Kathleen om met haar naar de huisarts van wacht te gaan.

Marjan: Toen ik toekwam, zag ik meteen dat het ernstig was. Ik ben het staal gaan afzetten bij het labo en reed daarna meteen terug naar Kathleen om met haar naar de huisarts van wacht te gaan. Achteraf denk ik: waar was ik mee bezig? Ik had meteen naar spoed moeten rijden met haar … Maar ik had niet door dat het zo ernstig was. Ook de huisarts van wacht dacht niet aan sepsis.

Kathleen: Van het bezoek aan de huisarts van wacht herinner ik me niet veel. Enkel dat ik op de bank lag, stappen lukte me niet meer. En de extreme pijn, die blijft me ook bij. 

Marjan: Toen we richting de spoedafdeling vertrokken, zag ik dat Kathleens lippen en vingers blauw werden.

Kathleen: Mijn hartslag was hoog en mijn bloeddruk laag. Toch dacht niemand aan sepsis, tot we in het ziekenhuis bij een goede spoedarts terechtkwamen.

Van huisarts naar spoed

Kathleen: In het ziekenhuis werd een bloedonderzoek gedaan. Al snel volgde de zware diagnose: een septische shock met multi-orgaanfalen. Mijn lever, nieren, hersenen en hart waren het aan het begeven. Mijn nieren waren er het ergst aan toe. Ik zat bijna op het punt dat ik levenslang aan de dialyse zou moeten gaan.

Marjan: Er werd medicatie opgestart en vocht toegediend. Daarna werd Kathleen met de MUG naar een ander ziekenhuis overgeplaatst. Tijd om vragen te stellen was er niet. De spoedarts vertelde me dat ze meteen moesten vertrekken. Kathleens leven hing aan een zijden draadje …

Kathleen: Ik lag zes weken in het ziekenhuis, waarvan drie op intensieve zorgen. Een arts die me moed insprak, een verpleegkundige die mijn haar waste … Dat zijn de dingen die me zijn bijgebleven.

Ziekenhuisopname

Kathleen: De euforie dat je het hebt overleefd, maakt plaats voor de zwaarte van elke dag om te gaan met de gevolgen. Ik kamp met geheugenproblemen en ben snel en heel intens vermoeid. Mijn werk als leerkracht in de lagere school kreeg een andere invulling. Ook op sociaal vlak brengt dat veranderingen met zich mee. Plan ik een toffe avond met vrienden? Dan moet ik nadien ook tijd incalculeren om te bekomen.

Marjan: Kathleen heeft een heel goede huisarts bij wie ze terechtkan met vragen of bezorgdheden. Ze wordt serieus genomen.

Kathleen: Ik krijg ook tweewekelijks een infuus in de verpleegpost van het Wit-Gele Kruis. De laatste weken merk ik dat ik weer wat meer energie heb. Wie weet is verder herstel toch nog mogelijk? Je wilt altijd terug naar wie je was en wat je kon voor je ziek werd … 

Het herstel